DDB arrow Nieuws en Pers arrow voorstel groepsvrijstellingsverordening voor melkveehouders
voorstel groepsvrijstellingsverordening voor melkveehouders Afdrukken E-mail

EMB – European Milk Board

VOORSTEL VOOR EEN GROEPSVRIJSTELLINGSVERORDENING VOOR MELKVEEHOUDERS

SAMENVATTING


1.         ACHTERGROND

Het gemeenschappelijk landbouwbeleid is één van de centrale beleidsterreinen van de Europese Unie (EU). Het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (AEUV), het in 2009 vernieuwde Basisverdrag, bepaalt in artikel 39 (1): Het doel van het gemeenschappelijk landbouwbeleid is om [...] voor de agrarische bevolking, met name door de verhoging van het inkomen per hoofd van de bevolking voor in de landbouw werkende mensen om een redelijke levensstandaard te waarborgen, markten te stabiliseren; verzorgingsgraad te waarborgen [...].


Ruïneuze melkinkomsten in 2008 en 2009, in heel Europa, hebben geleid tot een bestaansbedreigende situatie voor de meerderheid van de melkveehouders in Europa. Zoals al eerder, ligt de huidige melkprijs, onder de kostprijs van de productie. Dit geldt voor kleine ondernemingen alsook voor groeibedrijven – van winst of zelfs "het vergroten van het inkomen per hoofd” kan niet worden besproken.

 

2.         OORZAKEN

De oorzaken van deze daling van de prijzen zijn in de eerste plaats te wijten aan de overproductie. De EU heeft een voorzieningsgraad in melk van meer dan 110%. Deze overproductie verzwakt de marktpositie van de melkproducenten. Het probleem wordt nog verergerd door de zeer korte houdbaarheid en de continue (dagelijks) voortbrenging van het product rauwe melk. Melkproducenten kunnen niet op korte termijn variëren in de aangeboden hoeveelheid of deze in voorraad houden om de melk strategisch te vermarkten.

Verder is de huidige structuur van de zuivelmarkt en haar deelnemers ongunstig voor de producenten. De 950.000 melkproducenten in de EU (2009) zijn meestal kleine en micro-ondernemingen. Ze treden weinig gebundeld op en handelen slechts regionaal. Hiertegenover staan ongeveer 5.400 zuivelfabrieken (Eurostat, 2008:4). De tien grootste zuivelbedrijven staan voor ongeveer 30% van de geproduceerde melk (LEI Wageningen 2006:13). Grensoverschrijdend vervoer van melk tussen zuivelbedrijven binnen de EU zijn niet ongebruikelijk. Bovendien bieden bestaande contracten voor melklevering de producenten van rauwe melk weinig mogelijkheden om rechtstreeks invloed uit te oefenen op de prijzen en bemoeilijkt, vanwege hun lange-termijn een flexibele marktopstelling. De nieuwe warentermijnbeurs (commodity futures) betreft geen rauwe melk.

 

3.        OPLOSSINGSVOORSTELLEN

Het Duitse Bundeskartellamt onderzoekt momenteel de zuivelmarkt en stelt in haar tussenbericht van december 2009 vast, dat de melkproducenten in Duitsland ten opzichte van zuivelfabrieken in het nadeel zijn. Het rapport stelt een versterking van de producenten door een verhoogde bundelinggraad voor. In Duitsland bestaat sinds 1969 de Marktordeningwet, die  melkproducentenorganisaties (Milcherzeugergemeinschaften - MEG), een mededingingsrecht conforme versterking van de producenten, mogelijk maakt. Op deze basis is in 2007 de MEG WV Milk Board opgericht, de eerste landelijke bundelingorganisatie met als doel gezamenlijk vermarktingsregels vorm te geven (voor meer details bijlage I van het volledige document). 

Het huidige EU-mededingingsrecht beperkt Europese MEG op 5% tot 15% marktaandeel. De High Level Group on Milk acht dit onvoldoende. Op haar vergadering van 16 maart 2010 sprak een meerderheid van de lidstaten in een rondetafeldiscussie zich uit voor een specifieke mededingingvrijstelling voor de melkproducenten. Deze eis werd ook in het definitieve verslag van 15 juni 2010 overgenomen (aanbeveling 2). 

De Groepsvrijstellingsverordening is de ideale juridische basis om een specifieke vrijstelling van het EU-mededingingsrecht voor horizontale samenwerking van de melkveehouders met de mogelijkheid van gezamenlijke vermarktingsregels te maken. Dergelijke uitzonderingen zijn in het verleden vaak door MKB-coöperaties gebruikt. Aangezien het bij de meerderheid van de Europese melkveehouders om bedrijven gaat, die meestal uitsluitend door familieleden gerund worden, worden ze ingedeeld als kleine en middelgrote ondernemingen (KMO's) in termen van het Europees recht. Voor hen is horizontale samenwerking een belangrijk middel tot aanpassing aan de veranderende marktomstandigheden (zie details in bijlage II van het volledige document).

 

4.        CONCLUSIE

Vanwege de bijzondere structuur ondervindt de agrarische sector in het algemeen en verenigingen van landbouwers in het bijzonder, bepaalde voorrecht met betrekking tot EU-mededingingsregels. De aanhoudende crisis in de zuivelsector, wijst echter uit dat het bestaande kader voor melkproducenten onvoldoende is.

Ter compensatie van de nadelen in de handel van rauwe melk en voor onvervalste mededinging tussen melkproducenten en de zuivelfabrieken in de toekomst te waarborgen, is een groepsvrijstellingsverordening voor melkveehouders een passende maatregel. Met gezamenlijke vermarktingsregels (bv. inzake minimumprijzen, kwaliteit) binnen de EU-melkproducentenorganisaties kunnen melkveehouders voorkomen dat ze tegenover elkaar worden uitgespeeld door grote zuivelondernemingen. Een oneerlijke machtspositie van producentengroeperingen wordt hierbij verhinderd door het EU-mededingingsrecht. 

 

Een groepsvrijstellingsverordening voor EU- melkveehoudersorganisaties biedt mogelijkheden voor intelligente marktregulering door de partijen zelf. Het is bovendien kostenneutraal, en maakt financiële noodprogramma's van de politiek onnodig (zie bijlage III, van het volledige document).


We stellen u graag het volledige document over de groepsvrijstellingsverordening ter beschikking. Hiervoor kan u contact opnemen met het EMB kantoor in Hamm.

Contact: EMB-Press Office: Silvia Däberitz (DE, EN, ES) 0049 +2381 4361200

 

 
Volgende >
© 2010 Dutch Dairymen Board
+